Terug naar home pagina
Raadpleeg de Bibliotheek

Het lente onderhoud van uw tuin

Onderhoudsadviezen > De Lenteopkuis > Het lente onderhoud van uw tuin
Contactgegevens
Delen

Binnenkort wordt het weer tijd om ook voor de tuin te denken aan de grote lente schoonmaak. 1. In de moestuin - 2. In de boomgaard - 3. In de siertuin - 4. Gazon, pelouse.

1. In de moestuin.

Indien u vorige winter de aarde niet omgespit heeft, is het nu tijd om dit te doen. Maak van dit moment gebruik om aan de aarde de noodzakelijke meststoffen toe te voegen (organische meststoffen, gedroogd mest, compost ...)
Dit is ook het geschikte moment om te denken aan de aankoop van zaden voor groenten en bloemen.
Sommige zaaibedden kunnen reeds in het voorjaar onder een  beschermende folie aangelegd worden.

2. In de boomgaard.

Bessenstruiken kunnen eenvoudigweg gesnoeid worden door alle oude, kruisende en dode takken weg te nemen. Daarbij moet het hart van de struik vrij gemaakt worden om een maximum aan licht, lucht en zon toe te laten.
Ook van andere fruitbomen dient men vroeg in het voorjaar het onderhoudssnoeiwerk uit te voeren. Op deze manier wordt de vruchtvorming bevorderd.
Elke struik of boom heeft zijn eigen specifieke snoeimethode. We raden u dan ook ten zeerste aan om raad te vragen aan uw kweker en om  u goed te documenteren alvorens met het snoeien te beginnen.

De lente is ook het uitgelezen moment om de nodige aandacht te schenken aan de bemesting. De struiken en bomen hebben vooral een stikstof- en eiwitrijke voeding nodig om de groei van de bladeren en van de jonge vruchten te bevorderen.
Vergeet niet om de fruitbomen die in het najaar werden geplant regelmatig van water te voorzien. Vermijdt in dit stadium om de grond aan de voet van de boom te bewerken, aangezien vers omgespitte grond het gevaar voor schade bij  late vorst bevorderd, wat nefast is voor de vruchtvorming.

3. In de siertuin.


Het zaaien van zomerbloeiers kan rechtstreeks in de volle grond gebeuren na  de 15 mei (ijsheiligen), of vervroegd  in een tuinserre, waarna ze halverwege mei in de tuin uitgezet kunnen worden. 
Bloembollen, zoals lelies; en wortelknollen, zoals begonia's, dahlia's, e.d., kunnen in de tuinkas tot ontwikkeling gebracht worden om in mei uitgeplant te worden.
In de bloemperken en borders van vaste planten kan nu:
• de winterbescherming weggenomen worden wanneer het grootste gevaar op vorst geweken is ;
• de plantenborders met compost bedekt worden;
• de vaste planten van hun dode, verdorde takken  ontdaan worden;
• de vaste planten gescheurd of gedeeld worden om de planten te verjongen en de herbloei te verzekeren.
• de aarde tussen de planten geschoffeld worden om de bodem te ventileren en ervoor te zorgen dat de organische meststoffen en compost op een vlotte mannier kunnen opgenomen worden.
Plantenbakken, manden en borders kunnen opgefleurd worden met de aanplanting van tweejarige planten : bijvoorbeeld; voorjaarsprimulas, myosotis, digitalis, stokrozen, enz...
Rozenstruiken worden best afhankelijk van het weer zo laat mogelijk gesnoeid  (april).  Het snoeien wordt uitgevoerd bij vorstvrij weer wanneer de knoppen zich beginnen te vormen. Hier dient men vooral het dode hout en kruisende takken weg te nemen en afhankelijk van de rozensoort wordt de lengte van de twijgen ingekort op een naar buiten gerichte bladknop .
De aarde kan voorzichtig ( oppervlakkige wortels !) met een klauw verlucht worden om een optimale opname van meststoffen te bevorderen.
De aarde wordt best niet met boomschors bedekt omwille van mogelijke schimmelvorming. Nieuw aangeplante rozenstruiken ( oktober vorige jaar) dienen ook regelmatig water te krijgen.
Het snoeien van struiken die in de zomer en het najaar bloeien en waarvan de bloemen op de nieuwe scheuten groeien, zoals Ceanothus, Buddleia, Tamarisk, Hibiscus en Hydrangea paniculata worden best in het voorjaar gesnoeid net zoals de struiken die aangeplant worden voor hun opvallend  gebladerte of voor de schoonheid van hun takken.
Clematis met kleine bloemetjes die in de zomer bloeien (crispa, flammula, lasiandra orientalis, paniculata, tangutica, texensis, viticella, vitalba ..) worden gesnoeid net boven het eerste paar ogen te beginnen vanaf de stengel.
Clematis met grote bloemen die in juli en september bloeien (Jackmanii, Ville de Lyon, Nelly Moser, Ville de Paris.) worden volledig kort gesnoeid op zo'n 30 à 40 cm van de bodem, net boven de eerste vertakkingen.
De blauwe regen ( Wisteria) wordt net voor de bloei gesnoeid wanneer de bloemknoppen zichtbaar zijn. De takken van het voorgaande jaar worden op  2 of 3 bladknoppen weggenomen alsook de jonge scheuten welke in de loop van het voorjaar verder welig zullen tieren.
Kleine heesters met wintergroen blad (Santolina, lavendel, heide) worden afgetopt tot op het groene hout zodat ze op die manier compact blijven en hun bloei gestimuleerd wordt.
Nieuw aangeplante of jonge hagen (behalve coniferen) dienen stevig teruggesnoeid te worden om kaalheid aan de basis van de plant tegen te gaan. De basis van de haag moet bij volwassen planten breder blijven dan de top.
De nieuw aangeplante struiken moeten regelmatig gegoten worden en krijgen nu best  een voldoende dosis basismeststoffen  om een gezonde groei en bloei te waarborgen.

4. Gazon, pelouse. grasveld

Een  eerste bemesting van het grasveld kan afhankelijk van het weer eind maart toegediend gebeuren. De  meststoffen ( best organische meststof = traagwerkend) dienen rijk te zijn aan stikstof, potas en kalium ( NPK) om een gezonde start en hergroei te garanderen.
Om mos in het gras tegen te gaan, kan men preventief een meststof gebruiken die verrijkt is met micro-organismen. Deze kan aangebracht  worden  samen met een kalkbehandeling. Dit om een maximale doeltreffendheid te waarborgen. Beter is reeds een kalkbehandeling in de winterperiode toe te dienen.
Het zaaien van een nieuw grasveld begint midden april op een opgewarmde en goed voorbereidde grond.