Terug naar home pagina
Raadpleeg de Bibliotheek

Onderhoud van de moestuin half april

Tuinkalender per maand > Onderhoudskalender van je moestuin > Onderhoud van de moestuin half april
Contactgegevens
Delen

In deze periode kunnen we ten volle genieten van de prachtige lentebloesems en het uitkomen van de vroege bloeiers. Dit is echter ook het geschikte ogenblik om, zowel voor bloeiende planten als voor groenten, aan de zomer te beginnen denken.

Dus één goede raad: probeer nu een maximum aan taken uit te voeren in de tuin met het oog op de maanden juni-juli, en zelfs het einde van de zomer.

Volgende zaailingen mogen nu in volle grond uitgeplant worden:

  1. - onmiddellijk op de juiste plaats te zetten: alle zaailingen die we al begin april vermeldden, evenals witloof, koolrabi, tuinbonen, snijsla, maïs, rapen, pastinaak, molsla en rabarber
  2. Het uitzetten in kwekerijen: de verschillende koolsoorten, verschillende soorten lentesla en prei.

We raden u aan om nu volgende beplantingen uit te voeren:

  1. de verschillende koolsoorten, bleekselder en knolselder, verschillende soorten lentesla en vroege prei.
  2. U kan nu ook aardappelen planten.

Enkele tips om succesvol te zaaien:

  1. Ondanks het gebruik van hoog kwalitatieve zaden kunnen er problemen opduiken die alle inspanningen van de tuinman dwarsbomen. Externe factoren kunnen hiervan de oorzaak zijn.

       Slechte ontkieming.

  1. Te vroeg rijpe zaailingen op een onvoldoende uitgedroogde grond.
    Let er op om niet voor april in volle grond te zaaien en te wachten tot de aarde in een optimale conditie is.
    Ze moet tussen de vingers verbrokkelen.
  2. Koud en droog klimaat (noordenwind).
    Bedek de zaailingen met compost of aarde.
    Zorg ervoor dat de grond vochtig blijft en op een goede temperatuur gehouden wordt door hem voldoende te beschermen.
  3. Te zware grond.
    Te zware grond moet voor de winter omgespit worden. Bij het voorbereiden van de grond dient men turf (2 à 3 m3 per are) of rijnzand (1 à 2 m3 per are) over de grond uit te spreiden.
    Meng goed alvorens u begint te zaaien en bedek de grond met compost of extra aarde.
  4. Zaadjes die te diep in de grond zitten.
    Over het algemeen worden zaden op een diepte van 3 keer hun diameter geplaatst. Platte zaden worden op een diepte geplant vergelijkbaar met de breedte van de zaden.

        Slechte groei na het uitkomen van het zaad.

  1. Het verdwijnen van de zaadkiemen vlak nadat ze uitgekomen zijn.
    Oorzaak is het "wegsmelten" van de zaailingen.
    U dient het zaaibed te desinfecteren met een schimmelwerend product of de zaailijn opnieuw te bedekken met ontsmette grond.
  2. Uitgebluste of arme grond.
    U dient tijdens het omspitten van de grond organische producten toe te voegen: droge meststof, organische meststof, compost.
    Voeg stikstofrijke samengestelde meststoffen toe tijdens de groei.
  3. Verschroeiing van de wortels.
    Dit kan te wijten zijn aan een te hoge dosis toegevoegde mestoffen.
    Respecteer daarom steeds de juiste dosis van de aan te brengen meststoffen.

Beschermde teelten:

In een verwarmde serre mogen alle gewassen vanaf begin april gezaaid worden.
In een koude serre of onder broeibak mag u krulandijvie, snijsla en radijzen zaaien.
Onder een koude broeibak of in een koude serre mag u vroege kropsla en de eerste tomaten planten.

Hoe kiest u de juiste tomatenvariëteiten?

We raden u aan om verschillende soorten te planten. Zo hebt u doorheen het ganse seizoen steeds een ruime. Er zijn variëteiten met klassieke ronde vruchten, variëteiten met trosvruchten (meestal 5 per tros), variëteiten met langwerpige vruchten (Italiaans ras), variëteiten met kleine vruchten (cocktail tomaatjes) en voor hen die van exotische vruchten houden, zijn er de gele peertomaten.

tomates-mi-avril.jpg